MENU

BEELDENDE VORMING PABO 1

PRODUCTEN

MINOR VBMO PABO 3

PRODUCTEN

SUPERVISIE PABO 4

PRODUCTEN

TUTORAAT VERKORT

PRODUCTEN

SUPERVISIE WERKWIJZE

 

Werkinbreng

 

Werkinbrengen kunnen zowel mondeling als schriftelijk worden gedaan. Binnen de supervisiegroep kunnen hierover afspraken worden gemaakt. Het is gebruikelijk om bij de start van de supervisie gebruik te maken van schriftelijk materiaal. Een werkinbreng bevat de volgende “ingrediënten”:

 

  1. Een beschrijving van een gebeurtenis waar je zelf een rol in speelde
  2. Een beschrijving van de context waarbinnen de gebeurtenis plaats vond. Hierbij kun je denken aan: Wie waren erbij, welke functies of rollen hadden de betrokkenen, wat ging er aan vooraf, belangrijke afspraken/procedures etc.
  3. Beschrijving van jouw ervaring bij die gebeurtenis
  4. Formulering van een leervraag over jouw functioneren binnen die situatie

 

Reflecteren

De eerste stap bestaat uit het beschrijven van alle aspecten die volgens jou een rol speelden in de situatie: wie, wat, waar, hoe voelde het etc. In de tweede stap probeer je een analyse te maken van alle factoren die invloed hadden op jouw eigen handelen. Bijvoorbeeld: wat maakte dat je zo reageerde, wat vond je precies eng in die situatie, waardoor kwam dat, wat maakte dat je je tevreden voelde etc. Na een analyse van alle factoren kan je nadenken over de toekomstige situatie: wat zou je willen als een dergelijke situatie zich weer voor doet?

Bij de vierde stap is het belangrijk om eerst zoveel mogelijk ‘oplossingen’ te bedenken, hoe creatiever je hierin bent, hoe meer kans je hebt echt tot een nieuwe mogelijkheid komt, waardoor je meer kans maakt niet weer in hetzelfde gedrag terecht te komen.

 

Vragen die je kunt stellen:

1.    Wat is er gebeurd?

Waar, met wie en hoe,…?

Je moet de situatie zo nauwkeurig mogelijk beschrijven (verschil observatie en interpretatie)

       Wat.heb jij gedaan?

Wat deden die anderen?

Wat dacht je en wat voelde je?

Wat wilde je?

Waarom heb je het zo aangepakt?

Welke denkbeelden, waarden en normen liggen aan jouw gedrag te grondslag?

Hoe zit het bij de anderen? In hoeverre hou je daar rekening mee?

Wat wilde je eigenlijk bereiken?

2.     Hoe zou het ook anders kunnen?

Welke andere mogelijkheden zie je?

Laat je fantasie eens de vrije loop…

Wat zie je andere mensen in zo’n situatie doen?

Kijk de literatuur er een sop na.

3.     Welke mogelijkheid spreekt jou aan om een volgende keer te proberen?

Wat zou je hiervan durven en willen aanpakken en waarom?

Waar wil je nu mee verder gaan en hoe?

4.     Wat is er nu anders gegaan dan de vorige keer?

Wat heb je hiervan geleerd?

Hoe heb je geleerd en hoe kun je dat verder toepassen?

 

 


 

Vervangende opdracht

 

Socialisatieverslag Supervisie

 

Hoofdstukindeling

 

1. Uit welk ‘nest’ kom ik

-     politiek        - verwerk hierin je eigen opvattingen

-     religieus      - verwerk hierin je eigen opvattingen

-     economisch - verwerk hierin je eigen opvattingen

 

2. Waar groeide ik op: stad of platteland

 

3. De rolverdeling in mijn gezin/familie

 

4. Over mijn broers en zussen en mijn relatie met hen

 

5. Ons gezin en de buurt

 

6. Mijn schoolervaringen

 

7. Belangrijke zaken

 

[NAAR BOVEN]